epilepsie
wie komt naar onze praktijk? een woordje uitleg
Eerst een woordje ( klassieke ) uitleg: "Er zijn veel vormen van epilepsie, elk met zijn eigen karakteristieke symptomen. Welke vorm van epilepsie ook, altijd is de ziekte een uitvloeisel van een functioneel probleem in het verbindingssysteem van de zenuwcellen van de hersenen. Normaliter communiceren die cellen door kleine electrische signalen heen en weer te zenden. Bij iemand met epilepsie worden de signalen van een groep zenuwcellen af en toe te sterk en wel dusdanig dat zij de aangrenzende delen van de hersenen gaan overheersen. Het is nu deze plotselinge en enorm krachtige electrische ontlading die de toestand teweegbrengt die wij kennen als een epileptische aanval." ( uit het " Medisch gezondheidsboek " van Dr.Tony Smith/Dr.G.T.Haneveld ( Zomer & Keuning - Ede/ Antwerpen )
Precies omwille van de hier vermelde overactiviteit in de hersenen zorgt de energie die wij tijdens de behandeling doorgeven er voor dat die electrische ontladingen afgeremd worden, waardoor de aanvallen minder hevig worden of minder frequent voorkomen of volledig wegblijven.
Bij de behandeling van epilepsie krijgen wij zowel volwassenen als kinderen over de vloer in onze praktijk.
1. Epilepsie bij kinderen met een aangeboren aandoening Ondanks de jarenlange inname van de door de specialist voorgeschreven medicatie doen zich toch nog epileptische aanvallen voor. De meeste van deze kinderen reageren gunstig op onze behandeling, die de aanvallen geleidelijk in sterkte doet afnemen of gedeeltelijk of volledig doet uitblijven.
Praktijkvoorbeeld : We hebben al 8 jaar een jongen, Stef (12 jaar ), in behandeling met een zeer ernstige vorm van het Syndroom van Bourneville-Pringle ( Tubereuze Sclerosis Complex ), een erfelijke ziekte. Tot zijn vierde levensjaar hebben specialisten tevergeefs geprobeerd om door zware medicatie vat te krijgen op o.a. zijn epileptische aanvallen, de pijn in zijn hoofd, zijn ( dag en nacht ) uiterst vermoeiend, zenuwslopend prikkelbaar gedrag. Ten einde raad hebben de ouders de stap gezet naar onze praktijk omdat zij van de specialist te horen kregen dat zij zich maar moesten neerleggen bij de "onbehandelbare" epileptische aanvallen ( de talloze anti-epileptica die men bij hem al uitgeprobeerd had, slaagden er niet in om de aanvallen te onderdrukken ). Stef is op dit moment nog steeds onder dokterstoezicht maar hij wordt klassiek al jaren niet meer behandeld. Door onze behandeling is hij nu ongeveer 5 jaar volledig aanvalvrij. Tijdens de week verblijft hij in een instelling en gaat hij naar de bijhorende school en tijdens het weekend is hij thuis. Wat de ouders tijdens de eerste jaren van onze behandeling enorm opviel, was dat hij 's nachts doorsliep ( en zij na 4 uitputtende jaren dus eindelijk ook ), dat hij opgewekter was, geen voortdurende hartkloppingen meer had, dat hij steeds minder aan zelfverminking deed ( wat trouwens niet vanuit een of andere karakterstoornis ontstond maar uit pijn sloeg hij de hele dag op zijn hoofd ) en dat hij een zeer sterke weerstand ontwikkelde - in tegenstelling tot de andere kinderen in de instelling die om de haverklap verkouden waren - en nauwelijks nog ziek werd. Wat zijn ouders ook heel blij maakte, was dat hij ( als autist ) geleidelijk steeds meer oogkontakt met hen en met anderen zocht en steeds beter "communiceerde". Wat ons tijdens de behandeling telkens opvalt, is dat hij zèlf bepaalt welk deel van zijn lichaam de energie het hardst nodig heeft ( en dat komt overeen met wat volwassenen dagelijks bij ons ondervinden en ook verwoorden ). Zo neemt hij regelmatig Griets hand en legt deze bijvoorbeeld ter hoogte van zijn maagstreek of zijn hart, waarbij dan ook voor haar onmiddellijk voelbaar wordt dat zijn maag of hart de energie gretig opnemen.
Stef is nu een jongen die bijna alles gezegd krijgt zonder woorden, hij is zeer zintuiglijk, is zeer gevoelig voor iemands aangename of minder aangename uitstraling ( " vibes " ), hij heeft een ongelooflijk fijne motoriek ontwikkeld ( zijn meest recente passie is het uitrafelen van alles wat draadjes bevat: met geduld en precisie pluist hij kleine en grote breiwerken uit elkaar om vervolgens met de piepkleine draadjes iets anders in elkaar te knutselen). Ondanks zijn "mentale achterstand" verrast hij allen door een duidelijke scherpzinnigheid en alertheid ( heeft natuurlijk ook te maken met de intensieve behandelingen van zijn hoofd ). Medisch gezien beantwoordt hij al jaren niet meer aan het klassieke profiel van de ziekte en de negatieve vooruitzichten die de specialisten de ouders op het hart gedrukt hebben. De meest recente verbetering speelt zich af op taalniveau: hij begint steeds meer en beter klanken te vormen en dezelfde klanken komen in allerlei klankcombinaties terug.
Minder positief is dat hij sedert de puberteit regelmatig woedeaanvallen heeft om zijn zin door te drijven en destructief wordt om zijn woede kracht bij te zetten. Wij kunnen tijdens de behandeling wel spanningen wegnemen maar ook voor kinderen zoals Stef geldt dat zij - ondanks hun beperkingen - moeten leren om frustraties op een gezonde manier te kanaliseren. Ook de ouders en de rest van het gezin hebben de zware taak om paal en perk te stellen aan de eisen en de grillen van hun kind met een handicap ( " laat hem/haar maar doen, hij/zij is een sukkelaar die al genoeg gestraft is door het leven" ). Deze kinderen worden ooit groot en fysiek sterk en gaan zich dan steeds veeleisender ( soms ronduit onhandelbaar, agressief en tiranniek ) opstellen, waardoor definitieve plaatsing in een verzorgingsinstelling soms de enige uitweg is en daar lijdt dan weer heel het gezin onder. We hebben het helaas in onze praktijk zo vaak al zien gebeuren.
De energie die wij doorgeven, verandert ook helemaal niets aan het karakter of de persoonlijkheid van kinderen of volwassenen met beperkingen. Toch horen wij mensen uit hun omgeving vaak getuigen dat zij aangenamer of rustiger worden in de omgang.
2. Epilepsie bij volwassenen Het duurt vaak een hele tijd vooraleer wij volwassenen gedeeltelijk of volledig aanvalvrij krijgen maar het proces verloopt natuurlijk in stappen.
Praktijkvoorbeeld: Norbert ( een vijftiger ) is twee jaar wekelijks bij Pierre in behandeling geweest vooraleer er een definitief einde kwam aan zijn zware epileptische aanvallen. De laatste aanval ( trouwens een zeer zware aanval ) dateert van ongeveer 15 jaar geleden. Een bepaalde tijd na zijn laatste aanval mocht hij opnieuw met de auto rijden en kon hij opnieuw lesgeven. Nu komt hij nog twee keer in de maand naar onze praktijk voor wat wij " een onderhoudsbehandeling " noemen. Waarom? Wij genezen mensen niet van epilepsie: door eerst de wekelijkse en vervolgens de maandelijkse behandeling blijven zij in het slechtste geval gedeeltelijk aanvalvrij en in het beste geval de rest van hun leven volledig aanvalvrij.
3. "Aanvallen" bij mensen met ( voortijdige ) ouderdomsverschijnselen
Bij deze mensen is een verminderde hersenactiviteit de boosdoener van de sporadische of frequente "aanvallen" ( zoals men in de volksmond zegt: " het hoofd laat steken vallen " ). Sommige oudere mensen hebben al geruime tijd last van wat men kan aanduiden als zeer ernstige geheugenstoornissen, concentratiestoornissen, "afwezigheid van geest", ... De "aanvallen", "black-outs",... verminderen of blijven volledig weg door de stimulerende werking van de energie die wij geven. Het verouderingsproces ( en bij sommigen een duidelijk beginnend dementeringsproces ) wordt door de behandeling heel wat jaren afgeremd of uitgesteld. Het spreekt natuurlijk vanzelf dat wij geen wondertherapie kunnen aanbieden aan reeds ernstig dementerende bejaarden maar hoe vroeger in het aftakelingsproces ( om het met een minder fraai woord te noemen ) wij met de behandeling kunnen beginnen, hoe gemakkelijker het voor de energie wordt om de klok een stuk terug te draaien. Dus nee, zeker geen tovertherapie die mensen jonger maakt maar wèl een therapie die mensen zo lang mogelijk vitaal houdt of hen een stukje vitaliteit teruggeeft.
Praktijkvoorbeeld: We denken met warme gevoelens en met blijdschap terug aan Jeanneke ( 80 jaar en volledig dement ), die we ongeveer een jaar in behandeling gehad hebben. Het viel haar echtgenoot op ( hij zorgde dag en nacht voor haar ) dat ze door onze behandeling beter sliep, beter at en opgewekter was. Ook al sprak ze al jaren geen enkel woord meer, haar gezichtsuitdrukking sprak ( honderd ) boekdelen en vaak bracht ze hiermee zowel haar man als ons aan het lachen. Haar man merkte ook regelmatig op dat Jeanneke Griet graag had, en dat het niet is omdat iemand zijn of haar verstand verloren heeft dat deze mensen gevoelsmatig ook helemaal " afwezig " zijn. De energie die we geven, voelde goed aan voor haar en daarom bleef ze ook de hele tijd - tijdens de 45 minuten durende behandeling - opvallend rustig/
Het valt ons in ons werk telkens op dat dementerende bejaarden " denken vanuit hun gevoel ". Zij voelen ( èn weten dus ) of familie, kennissen, verzorgers, verplegers en therapeuten oprecht bekommerd en liefdevol zijn ( is niet hetzelfde als hen als een kind behandelen ) of hen integendeel als afwezig ( van geen tel ) beschouwen. Als therapeute betrok Griet Jeanneke in de gesprekken in plaats van over haar hoofd heen enkel met haar echtgenoot te praten. Communicatie blijft communicatie, of het nu mèt of zonder verstaanbare inhoud is: iemands mimiek en lichaamstaal zijn zichtbaar voor dementerende bejaarden, onuitgesproken blijken ( en blikken ) van minachting of meewarigheid zijn voelbaar voor hen, iemands aanvaarding of afwijzing zijn zichtbaar en voelbaar voor hen, een pijnlijke stilte ( " wat valt er nog te zeggen tegen iemand die zijn/haar verstand kwijt is? " ) is hoorbaar en voelbaar voor hen ....
Na al die jaren van volledige zwijgzaamheid, was Jeannekes echtgenoot op een middag ( toen hij haar een beetje te haastig in de auto probeerde te zetten ) volledig ondersteboven toen hij haar op een duidelijk verwijtende toon hoorde klagen: " Zèg, ik kan er ook allemaal niets aan doen. " Haar woorden klonk als een symfonie in zijn oren. Een paar maanden later is ze op een nacht heel rustig gestorven in haar slaap. Door onze behandeling was het afgelopen jaar voor hen beiden - gezien de omstandigheden - heel wat prettiger en vlotter verlopen dan de vorige jaren van haar ziekte.
Graag willen we hier de soms bovenmenselijke inspanningen van al die anonieme mannen en vrouwen èn ouders in de verf zetten, die jarenlang hun zieke partner of hun ziek ( ook volwassen ) kind of zieke ouder met veel zorgzaamheid en onvoorwaardelijke liefde verzorgen en ondersteunen. Van wonderdoeners gesproken!
TOP